À l'aise als succesrecept: de bijzondere strategie van kampioen PSG, dat Ballon d'Or maar 10 keer aan aftrap bracht
In dit artikel:
Paris Saint‑Germain kroonde zich opnieuw tot Frans kampioen door Lens te verslaan, de elfde landstitel in veertien jaar. Dit keer viel vooral de methode van trainer Luis Enrique op: extreem ruimen met de basiself om de sleutelspelers fris te houden voor de beslissende fase van het seizoen.
De aanpak ontstond na een drukke zomer 2025. Na het winnen van de Champions League reisde PSG door naar het WK voor clubs in de Verenigde Staten (14 juni–13 juli), waar het de finale verloor van Chelsea (3‑0). De club gaf spelers daarna een korte vakantie en koos bewust voor beperkte voorbereidingen op het vervolgseizoen. Dat leverde een Supercupwinst tegen Tottenham op, ondanks een minimale trainingsperiode vooraf.
In de Ligue 1 begon PSG vaak met een veredeld B‑team. Grote namen als Marquinhos, João Neves en Désiré Doué verschenen in minder dan de helft van de competitieduels, Ousmane Dembélé kwam slechts aan ongeveer 34% van de mogelijke speeltijd en de Ballon d’Or speelde maar tien keer vanaf de aftrap. Die bewuste rotatie was bedoeld om de kern van het elftal enerzijds te sparen en anderzijds in optimale vorm te laten zijn wanneer de zware weken in het voorjaar zouden aanbreken.
Het effect werd zichtbaar in de Champions League en de competitie: met frissere voorhoedespelers bereikte PSG onder meer de finale tegen Bayern en nam na 22 speeldagen de koppositie in de Ligue 1, die het niet meer afstond. Ter illustratie: het trio Kvaratschelia‑Dembélé‑Doué had samen veel minder speeltijd dan het voorhoofdstrio van Bayern, maar presteerde toch in de cruciale duels.
Met de binnenlandse titel verzekerd richt PSG zich nu op de Champions League‑finale van 30 mei tegen Arsenal. Enrique’s strategie levert tot nu toe succes op, maar roept ook vragen op over balans tussen rust en wedstrijdritme — een rekensom waarvan de uitkomst pas definitief is na de Europese eindstrijd.