Alex Aranburu wint pokerspel in "zijn" Baskenland, leider Paul Seixas smokkelt weer enkele seconden
In dit artikel:
Alex Aranburu pakte de vierde rit in de Ronde van het Baskenland na een bloedstollende sprint omhoog: hij versloeg Anders Halland Johannessen, met Lorenzo Fortunato op plek drie. De etappe vertrok en finishte in Galdakao en bood opnieuw typisch zwaar Baskisch terrein: zeven korte maar steile beklimmingen (onder meer Elorritxueta en de slotklim Legina) en meer dan 3.000 hoogtemeters.
De koers kende een rumoerige aanvang: al vroeg vormde zich een kopgroep, waarna Brandon McNulty (UAE) solo wegreed en lange tijd leidde. McNulty bouwde aanvankelijk een flinke voorsprong uit, maar werd intens achtervolgd door een omvangrijke groep van zo’n 33 renners en een peloton dat onder impuls van ploegen als Uno‑X en Bahrain‑Victorious het tempo opvoerde. Uno‑X werkte vooral voor de belangen van Tobias Halland Johannessen, terwijl Bahrain in het peloton druk zette en de voorsprong van de vlucht steeds terugbracht.
In de finale spitste de strijd zich toe op de laatste klimmen. Er ontstond een kopgroep met onder anderen Alex Aranburu, Marc Soler, Christian Scaroni en de gebroeders Halland Johannessen. Klassementsleider Paul Seixas bleef in het centrale peloton en probeerde met zijn ploeg nog het verschil te dichten; hij reageerde meerdere keren op aanvallen maar raakte niet bij de koplopers. Ook Guillaume Martin en Juan Pedro López speelden korte tijd een rol in de achtervolging.
Op de Legina, met steile stukken tot ruim 15%, bleek Aranburu op het juiste moment de sterkste. Hij en Johannessen reden weg en Aranburu trok in de slotkilometer de sprint bergop aan, waarmee hij de rit binnenhaalde. Fortunato had nog net genoeg om het podium te halen. McNulty werd uiteindelijk teruggepakt en kwam niet in aanmerking voor de zege.
Naast de sportieve schermutselingen waren er ook valpartijen en uitvallers: Andrea Bagioli ging tegen de vlakte en Juan Ayuso stapte vanwege aanhoudende maagklachten af. Verder vielen ploegtactiek en individuele aanvallen op — onder meer van Julian Alaphilippe en Andreas Kron eerder in de dag — maar in het zware laatste deel bepaalden klimkracht en timing wie voor de ritzege in aanmerking kwamen.
Kortom: een klassieke Basque‑rit met onstuimige ontsnappingen, harde ploeginspanningen en een beslissende sprint bergop waarin Aranburu de sterkste was. De etappe verstevigt de verwachting dat de komende dagen klaaglijke klimmen opnieuw het klassement zullen schudden.