Breukje én coronabesmetting maakten Winterspelen "grootste uitdaging ooit" voor biatlete Maya Cloetens
In dit artikel:
Maya Cloetens, de biatlete van de Belgian Lynx, maakte op de Olympische Winterspelen haar debuut, maar kreeg zwaar tegenwind: twee weken voor de openingsceremonie werd bij een controle een vermoeidheidsbreukje in haar kuitbeen vastgesteld, met het advies om zes weken te rusten — een diagnose die haar deelname dreigde te doen stranden. Dankzij medische begeleiding en kinesisten kon ze toch starten en beschouwde ze elke race als “al een kleine overwinning”.
Na haar eerste individuele optreden (33e op de 15 km) kreeg ze nog een tegenslag: twee dagen voor de sprint testte ze positief op corona. Ondanks ziekte gaf ze niet op; ze schoot foutloos (10/10) en leverde een sterke slotronde die haar naar een 26e plaats bracht, een prestatie waar ze erg trots op is. In totaal voltooide Cloetens vijf olympische wedstrijden: drie individuele races en twee estafettes.
Emotioneel blijft ze verdeeld: teleurgesteld dat twee jaar werk geen topklasseringen opleverden, maar ook tevreden omdat ze fysiek en mentaal bleef doorgaan. Ze omschrijft deze Spelen als een mentale strijd tegen druk, verwachtingen, blessure en ziekte — een strijd die ze naar eigen zeggen heeft gewonnen, al blijft er frustratie omdat ze niet altijd volledig kon gaan. Haar openheid moet laten zien dat achter een brede glimlach vaak grotere uitdagingen schuilgaan.