De klapschaats-revolutie begon met een geheime test in Amsterdam: 'Niet meer zeiken over de schoenen, maar schaatsen'
In dit artikel:
Vandaag is het precies 40 jaar geleden dat de klapschaats voor het eerst officieel in gebruik werd genomen, een ontwikkeling die het schaatsen ingrijpend heeft veranderd. Deze schaatsinventie, waarbij het ijzer alleen aan de neus van de schoen is bevestigd, zorgde voor een langere afzet en efficiënter schaatsen. Marianne Timmer, die in 1998 een opmerkelijke olympische prestatie neerzette in Nagano met wereldrecords op de 1000 en 1500 meter, weerspiegelt de impact van deze innovatie. In het begin was er veel scepsis, vooral onder sprinters zoals Timmer zelf, maar door de opkomst van schaatsers als Tonny de Jong en haar eigen overtuiging maakte ze de stap naar de klapschaats.
De eerste afstand op de klapschaats werd in 1985 in Nederland gereden, maar de doorbraak kwam pas enkele jaren later, eind 1996, tijdens een wereldbekerwedstrijd. Wetenschappers waren verrast door de snelheid en kwaliteit van de nieuwe schaats. De klapschaats biedt voordelen zoals een betere spierstrekking en comfortabeler schaatsen, vooral voor diegenen die veel op de punt rijden. De uitvinder Gerrit Jan van Ingen Schenau, die de schaatsontwikkeling mogelijk maakte, overleed kort na de Olympische Spelen in 1998.
Timmer benadrukt dat hoewel er sindsdien verschillende innovaties zijn geweest, niets de impact van de klapschaats heeft geëvenaard. Er is zelfs een kans dat er in de toekomst weer een revolutie in het schaatsen kan plaatsvinden.