Elke dag feesten, maar vooral een lesje geleerd: hoe Tirreno-Adriatico 2021 een kantelpunt in de wielersport inluidde

donderdag, 12 maart 2026 (07:49) - Sporza.be

In dit artikel:

De Tirreno‑Adriatico van 2021 wordt in de wielerwereld nog altijd als een kleine legende gezien: een zevendaagse in Italië waarin de grootste sterren elkaar elke dag tot het uiterste dreven en bijna geen moment rust gaven. In die editie waren Wout van Aert, Mathieu van der Poel, Julian Alaphilippe en Tadej Pogacar de hoofdrolspelers; samen gaven zij het parcours een haast theatrale dimensie, met telkens andere winnaars en voortdurend aanvallende koers.

Kort overzicht van de beslissende ritten: Van Aert won de massasprint in rit 1, Alaphilippe zegevierde op een lastige aankomst in rit 2, Van der Poel pakte rit 3 en stelde met een machtige solo in rit 5 nog eens zijn klasse tentoon. Pogacar nam in rit 4 een belangrijke optie op de eindzege; rit 6 was een uitzondering toen Mads Würtz Schmidt won, en Van Aert sloot af met de tijdritzege in rit 7, waarmee hij zijn tweede plaats in het eindklassement veiligstelde. Pogacar kroonde zich tot eindwinnaar.

De herinnering aan die week is niet alleen sentiment: de heftigheid van de onderlinge duels leek een kantelpunt in het moderne wielrennen. Journalisten en renners wijzen erop dat het non‑stop aanvallen en het constant voluit rijden invloed hadden op de rest van dat voorjaar. Mathieu van der Poel erkende later zelf dat hij veel van zijn vorm in Tirreno verspeelde en daardoor in Milaan‑Sanremo (waar Jasper Stuyven won) geen topgevoel had. Ook Van Aert voelde zich daarna vermoeid: de Tirreno‑week leverde mooie zeges op, maar was geen optimale voorbereiding op de klassieke periode.

Het verhaal van 2021 sluit aan op de manier waarop de sport veranderde in de coronajaren: een sterke toename van wetenschappelijke begeleiding, gedetailleerde voorbereiding en teammanagement maakte renners nog meer gespecialiseerd en moeilijker te verrassen. Waar in 2021 nog renners uit de tweede of derde rij monumenten konden winnen, hebben sinds 2022 vooral de absolute grootheden — Van der Poel, Pogacar en Remco Evenepoel — het merendeel van de overwinningen naar zich toegetrokken. Sporadische verrassingen als Mohoric, Van Baarle en Jasper Philipsen bevestigen dat er nog kansen zijn, maar het landschap is duidelijk geconcentreerder geworden.

Vijf jaar na die memorabele Tirreno‑week is het vooral de nostalgie en de les die blijven hangen: intensiteit levert spektakel op, maar kost ook energie voor later. Met Milaan‑Sanremo voor de deur blijft de vraag in de lucht of de klassiekers weer meer onvoorspelbaarheid en meerdere winnaars zullen kennen — of dat het huidige regime van topfavorieten onverminderd doorgaat.