Even zijn ex-ploegmaat bellen? Waarom de dominantie van Jonas Vingegaard geen garantie is op Girosucces
In dit artikel:
Jonas Vingegaard gaat met een voorsprong van 2 minuten en 26 seconden de laatste week van de Ronde van Italië in. Na drie duidelijke bergenritten speelt de Deense kopman — en algemeen leider — een dominante rol, maar hij moet nog veilig Rome bereiken: de finish op het Circus Maximus staat gepland voor zondagavond rond 18.30 uur. Met nog zes etappes te gaan liggen er drie zware bergavonden in het verschiet: morgen de aankomst op de Cari (12 km à 8%), donderdag een extreem zware rit met circa 5.000 hoogtemeters en zaterdag een slot omhoog naar Piancavallo (14 km à 8%).
Op de ranglijst staat verrassende Afonso Eulalio tweede; vaste concurrenten zoals Felix Gall volgen op grote achterstand (bijna drie minuten), wat Vingegaard theoretisch wat ademruimte geeft. Toch waarschuwt de Giro-geschiedenis dat zo’n voorsprong weinig zekerheid biedt. In het afgelopen decennium wisselde de roze trui in de slotweek zes keer van eigenaar: voorbeelden zijn Steven Kruijswijk (2016), Simon Yates (2018), João Almeida (2020), Richard Carapaz (2022), Bruno Armirail (2023) en Isaac Del Toro (2025).
De meest dramatische ommekeer was 2018, toen Simon Yates na een sterke start volledig inzakte op de beruchte Colle delle Finestre; Chris Froome maakte daarvan gretig gebruik met een solo van 80 km en pakte uiteindelijk de eindoverwinning. Ook later zijn er onverwachte kenteringen geweest — zoals Tao Geoghegan Hart in 2020 en opnieuw Yates in 2025 — vaak veroorzaakt door off-days in de bergen of succesvolle lange ontsnappingen.
Concreet betekent dat Vingegaard weliswaar favoriet is — er is geen beslissende tijdrit meer en hij oogt sterker dan veel concurrenten — maar een slechte dag in de Italiaanse bergen kan alles veranderen. De komende bergetappes worden dus bepalend: volhouden tot Rome is nog geen garantie op de eindzege.