Geen typische costaud: hoe kan een groterondewinnaar en klimmer als Tadej Pogacar toch gemaakt zijn voor Parijs-Roubaix?
In dit artikel:
Tadej Pogacar (27) richt zijn vizier op Parijs‑Roubaix zondag en kan daarmee volgens verslaggeving zijn ‘Pogi Slam’ afronden door een vijfde monument aan zijn palmares toe te voegen. De Belgische bondscoach Serge Pauwels houdt rekening met een Sloveense zege, maar plaatst een belangrijke kanttekening: Roubaix is juist één van de lastigste monumenten voor een renner met Pogacar’s profiel.
Pauwels wijst erop dat Pogacar een uitzonderlijk hoog vermogen per kilo heeft — hij weegt naar eigen zeggen 66 kg en kan lange tijd ongeveer 7 watt/kg leveren — wat hem op beklimmingen tot grote bloei brengt. Omgezet in absoluut vermogen levert dat cijfers boven de 450 watt op, een wapen dat hem in heuvelachtige voorjaarsklassiekers veel oplevert. Maar in Parijs‑Roubaix, waar de inspanningen vooral over vlakke kasseistroken gaan en beklimmingen ontbreken, telt vooral het absolute wattage; zwaardere specialisten zoals Mathieu van der Poel en Filippo Ganna kunnen daar voordeel halen. Als illustratie noemt Pauwels MVDP’s recente post waarin hij 90 minuten lang gemiddeld 446 watt trapte.
Tegelijk wijst Pauwels op technologische en materiaalontwikkelingen die het nadeel van lichte renners verkleinen: bredere banden (van vroeger 23–25 mm naar 30–32 mm), lagere druk en betere afstelling geven meer comfort en grip. Pogacar is bovendien een begaafd stuurman. Kortom: fysiek is Roubaix geen ideale match voor hem, maar dankzij zijn uitzonderlijke niveau en verbeterde materiaalkeuzes behoort hij toch tot de kanshebbers.