"Heb je die podiumfoto gezien?": de monsterlijke benen van de pistesprinters, goed voor 800 kg op de leg press
In dit artikel:
Bij het EK baanwielrennen in Konya pakte de 20‑jarige Lowie Nulens gisteren verrassend brons in de keirin, tussen winnaar Matthew Richardson (26) en de wereldtopper Harrie Lavreysen (28). Voor Nulens — nog leerling en dus met veel rek in zijn ontwikkeling — is het een doorbraak die zowel lof als hoge verwachtingen oproept; sprintcoach Theo Bos wees erop dat Nulens vooral nog spiermassa kan winnen om de versnellingskracht van Lavreysen en Richardson te evenaren.
Het artikel zet die prestatie in een bredere context: Lavreysen geldt als de maatstaf op de piste. De Nederlander, met een lichaamsbouw van circa 92 kg en 1,81 m, combineert gunstige genen met intensief krachtwerk in de gym. Zijn bovenbenen zouden rond de 75 cm omtrek meten en hij haalt piekwattages van boven de 2.000 watt; op de legpress worden spectaculaire gewichten genoemd (uitspraken die hij zelf deels nuanceerde door te benadrukken dat veel werk single‑leg wordt gedaan). Die explosieve kracht is precies wat baanwedstrijden als de keirin vereisen: extreem korte, maximale inspanningen waarin je binnen enkele seconden van stilstand naar hoge snelheden accelereert.
Tegelijk laat het contrast met wegrenners zien dat het een andere discipline is: weg‑sprinters hebben meer uithoudingsvermogen en profiteren van langere sprinttreinen, terwijl pistesprinters hun energie in zeer korte periodes moeten concentreren. Lavreysen erkent dat hij uit stilstand sneller accelereert, maar dat wegrenners hem op langere afstanden weer voorbijgaan. De fysieke suprematie op de piste levert hem ook praktische ongemakken op buiten de baan — moeite met broeken op maat en zelfs problemen op een stadsfiets waar hij soms te hard doortrapt voor ouder materiaal.
De kampwisseling van Matthew Richardson is een tweede verhaallijn: de Australiër met dubbel paspoort koos vorig jaar voor de Britse wielerbond, wat in Australië tot wrevel leidde. Richardson repareerde die breuk sportief door Lavreysen het goud te ontfutselen en twee Europese titels binnen te halen, waarmee hij zich als serieuze uitdager manifesteert.
Kortom: Nulens’ podium bevestigt jong talent dat aan kracht en ervaring kan winnen; Lavreysen blijft de referentie door uitzonderlijke explosieve kracht en technische beheersing; en Richardson heeft zich via een nationale overstap stevig in de top genesteld. De keirin onderstreept zo het samenspel van fysiologie, gerichte krachttraining en race‑tactiek dat pistesprinten onderscheidt van andere wielerdisciplines.