Het fiere instituut rammelde nog nooit zo hard als nu: hoe is Anderlecht in hemelsnaam zo'n "zootje" kunnen worden?
In dit artikel:
Yves Taildeman, Anderlecht-waarnemer bij La Dernière Heure, luidt de alarmbel over de diepe bestuurlijke en sportieve crisis bij de club sinds de overname door Marc Coucke. Waar Anderlecht decennialang de meest succesvolle Belgische club was, heerst er volgens Taildeman nu wanorde: een opeenvolging van technische directeuren en trainers heeft geleid tot instabiliteit en verlies van geloofwaardigheid bij supporters.
Feiten en cijfers illustreren het probleem: Olivier Renard was al de zesde technisch directeur onder Coucke en bleef 467 dagen in functie; als je interims meerekent, heeft de club in die periode al zo’n vijftien trainers gehad. Renard verkocht spelers voor ongeveer 50 miljoen euro, maar leverde volgens Taildeman geen sportieve meerwaarde. Ook voorgangers als Fredberg, Verbeek, Arnesen, Luc Devroe en Michael Verschueren brachten geen oplossing, wat erop wijst dat de rol van technisch directeur moeilijk en slecht ingevuld is geweest.
De voorbije dagen verlieten ook coach Besnik Hasi, assistent Lucas Biglia en interim Edward Still de club — volgens Taildeman uit angst om bij een zinkend schip te blijven. In vergelijking met concurrenten Club Brugge en Union ontbreekt Anderlecht een consistente structuur en de juiste mensen op sleutelposities. Coucke probeerde voorbeelden te vinden, maar slaagde er niet in stabiele leiders als bij Club (waar Verhaeghe, Preud’homme en Mannaert orde brachten) te installeren.
Taildeman stelt dat Anderlecht feitelijk opnieuw bij nul moet beginnen: het wordt lastig een capabele technisch directeur en een sterke trainer te vinden. Ideeën over een redding via terugkeer van grote namen zoals Romelu Lukaku of het terughalen van Jean Kindermans worden genoemd, maar mogen niet de enige hoop vormen. Ook het laten gaan van Vincent Kompany vier jaar geleden noemt Taildeman een zware fout: leiderschap dat toen verloren ging, is sindsdien nooit adequaat vervangen.