Het grote Sporza-voorjaarsrapport van 2026: welke ploegen krijgen een onderscheiding, zijn gebuisd of worden gedelibereerd?

maandag, 27 april 2026 (07:20) - Sporza.be

In dit artikel:

Het Sporza-voorjaarsrapport beoordeelt enkel de Belgische eendagskoersen van Omloop Nieuwsblad tot Luik-Bastenaken-Luik, aangevuld met de grootste buitenlandse klassiekers. Uit dat overzicht komt UAE Team Emirates als topper naar voren: Tadej Pogacar was vrijwel ongenaakbaar (Milaan–Sanremo-zege, derde in de Ronde van Vlaanderen, vierde in Luik) en hij sleepte met zich mee een ploeg die al 21 overwinningen verzamelde. Florian Vermeersch en Benoît Cosnefroy leverden sterke bijdragen, al vielen Tim Wellens en Isaac Del Toro door pech weg.

Decathlon CMA CGM viel op dankzij een nieuwe Vlaamse kern en jonge doorbraken. Deense revelatie Tobias Lund Andresen en de 19‑jarige Paul Seixas (opvallend op de Muur van Hoei en La Redoute) zorgden voor frisse energie; Stan Dewulf en Oliver Naesen leverden betrouwbare klassiekers. De ploeg oogt klaar om hogerop te mikken.

Red Bull‑Bora‑Hansgrohe werd door Remco Evenepoel opgelift: zijn podium in de Ronde van Vlaanderen en sterke optredens in de heuvelklassiekers gaven het team gezicht, terwijl Jordi Meeus en jong talent zoals Tim van Dijke kleur gaven aan veel finales. Visma‑Lease a Bike beleefde een voorjaar om mee thuis te komen dankzij Wout van Aert: zijn winst in Parijs‑Roubaix was de uitschieter, ondersteund door Christophe Laporte en veelbelovende jongeren (Per Strand Hagenes, Matthew Brennan), ondanks blessures bij Matteo Jorgenson.

Unibet Rose Rockets overtrof verwachtingen met Dylan Groenewegen als speerpunt: de ploeg behaalde WorldTourzeges en liet jonge renners als Lukáš Kubiš en Matyas Kopecky zien dat de toekomst er is. Alpecin‑Premier Tech miste een monument, maar Mathieu van der Poel en Jasper Philipsen zorgden toch voor zwaartepunten (onder meer Omloop en Nokere), en Emiel Verstrynge liet klimpotentie zien.

Jayco‑AlUla boekte een verrassing met Anders Foldager (Brabantse Pijl) en had meerdere top‑10‑plaatsen; Mauro Schmid werkte zich opnieuw in de kijker. Tudor Pro Cycling kende een lastig voorjaar door blessures (o.a. Stefan Küng) en pech voor kopstukken Alaphilippe en Hirschi, maar Matteo Trentin en Luca Mozzato brachten regelmaat en punten.

Flanders‑Baloise toonde continuïteit: Tom Crabbé raakte geblesseerd maar de ploeg was in vrijwel elke koers zichtbaar, met Victor Vercouillie als vaak aanwezige aanvaller. Soudal‑Quick Step redde de schijn vooral dankzij Tim Merlier (Scheldeprijs, Ronde van Limburg), terwijl Jasper Stuyven in Roubaix een onderscheiding scoorde; het historische DNA van de ploeg lijkt echter nog niet volledig hersteld.

Lidl‑Trek kreeg het moeilijk door opeenvolgende tegenslagen: Mads Pedersen kampte met blessures en ziekte, Thibau Nys kwam niet in actie, maar Mattias Skjelmose leverde wel podiums in de Ardennen. Ineos Grenadiers kende weinig hoogtepunten: Filippo Ganna’s comeback in Dwars door Vlaanderen was een lichtpunt, maar verder misten ze doorvalshoeken en werden ze vaak met pech geconfronteerd; Egan Bernal piekte met een vijfde plaats in Luik.

Pinarello‑Q36.5 zat dicht bij succes—Tom Pidcock miste een monument op een haar na door val en pech—maar Quinten Hermans en Aimé De Gendt hielpen het rapport positief te kleuren. Uno‑X bouwde als WorldTour‑nieuwkomer aan degelijke resultaten zonder grote overwinningen: Søren Wærenskjold en Jonas Abrahamsen leverden steady topklasseringen, vooral in Vlaams werk.

Lotto‑Intermarché viel tegen in België: kopman Arnaud De Lie kon zijn vorm niet vinden en de ploeg moest het hebben van sporadische top‑10’s van andere renners; opvallend is dat drie van hun vijf seizoenszeges dit jaar in Taiwan werden behaald. Groupama‑FDJ worstelde op de kasseien zonder Stefan Küng; Romain Grégoire toonde zich wel in de Ardennen, en jonge renners lieten sporadisch talent zien.

Bahrain Victorious kreeg een nipte onvoldoende: Alec Segaert toonde klasse en pakte onder meer de GP Denain, maar algemeen was het seizoen te mager en kopman Matej Mohorič teleurstelde. NSN Cycling en XDS Astana leverden weinig impact in België; bij NSN was Biniam Girmay een van de weinige aanwezigen, bij Astana vielen Max Kanter en Mike Teunissen nog enigszins op met punten in de sprint.

EF Education‑EasyPost miste zijn oude winnaarsinstinct: Michael Valgren en Kasper Asgreen konden niet terugkeren naar hun beste niveau, Luke Lamperti begon sterk maar vervaagde; Ben Healy ontbrak wegens blessure, al liet Alex Baudin zich zien in de Waalse Pijl. Movistar bleef in onze contreien blassend: de Spaanse successen kwamen thuis, in België waren top­10’s schaars en de ploeg staat kwetsbaar op de UCI‑ranglijst.

Picnic‑PostNL kende een dramatisch begin van het seizoen met geen overwinningen eind april; Pavel Bittner was lichtpunt met enkele ereplaatsen, maar bekende namen als John Degenkolb en Fabio Jakobsen kwamen niet aan hun vroegere niveau.

Kort samengevat: UAE Team Emirates was het schoolvoorbeeld van dominantie dankzij Pogacar; Visma en Decathlon CMA CGM lieten ook aantrekkelijke voorjaren zien; enkele traditionele grootmachten (Soudal‑Quick Step, Alpecin) presteerden redelijk, terwijl meerdere ploegen vooral door blessures, pech of vormverlies teleurstelden. Jong talent en jonge doorbraken markeerden het voorjaar en beloven verschuivingen in de klassiekerhiërarchie als blessures en ontwikkeling in de loop van het seizoen meewerken.