Hoe hard zien de renners af in de koude en regen? "Vroeger begon ik ervan te hyperventileren"
In dit artikel:
Wind en stortbuien teisterden gisteren de renners in de vroegseizoenkoersen Parijs–Nice (Frankrijk) en Tirreno–Adriatico (Italië). Beide pelotons kregen een lange, natte en oncomfortabele wedstrijddag achter de kiezen, met vermoeidheid, koude en beschadigde nachtrust als directe gevolgen.
Renners als Ramses Debruyne en Jasper Stuyven gaven aan de nacht na de etappe niet fris te zijn opgestaan: Debruyne had slecht geslapen en vermoedde dat hitte in zijn hotelkamer meespeelde; Stuyven, die eerder ziek was geweest, benadrukte dat je in zo’n dagen het juiste balans moet vinden en dat de inspanning weliswaar zwaar, maar niet volledig verwoestend was. In Tirreno–Adriatico klaarde het aan het einde van de langste etappe iets op, maar het grootste deel van de dag viel de regen. Wout van Aert zei dat het niet extreem koud was en dat hij de etappe goed had doorstaan; Louis Vervaeke en anderen wezen erop dat goede kleding cruciaal was om warm te blijven — liever even te warm dan te koud.
Xandro Meurisse gaf toe geen fan van nat weer te zijn, maar benadrukte dat goed materiaal en mentale controle veel schelen; tegen stromende regen valt echter weinig te beginnen. Algemene conclusie van de renners: zulke barre dagen knagen aan lichaam en moraal, maar de omstandigheden zijn voor iedereen gelijk en ervaring én de juiste uitrusting bepalen in sterke mate wie er het beste uitkomt.
Kortom: de vroegejaarskoersen werden gisteren bepaald door zwaar weer dat fysieke tol eist en tactische voorsprong kan opleveren voor wie zich het best heeft voorbereid — en de weersverwachting voor vandaag blijft ongewis.