"Ik zou nooit meegereden hebben": hoe Luik-Bastenaken-Luik dankzij Remco Evenepoel meteen in vuur en vlam stond
In dit artikel:
Bij de start van deze editie van Luik‑Bastenaken‑Luik gebeurde iets uitzonderlijks: al in de eerste kilometers ontstond een monsterontsnapping van meer dan 50 renners, waarin opvallend genoeg favoriet Remco Evenepoel (rugnummer 11) meekleurde. In plaats van een traditionele kleine kopgroep kreeg La Doyenne zo meteen een atypische koersbeeld, mogelijk aangedreven door een val van Ion Izagirre en Andrea Vendrame vroeg in de wedstrijd en door onzekerheden in het peloton.
In de vlucht zaten namen als Egan Bernal, Laurens De Plus, Quinten Hermans, Diego Ulissi en Marco Frigo. Tadej Pogacar leek aanvankelijk met Domen Novak als lijfwacht te rijden, maar Novak zakte snel terug — dat werd later ook weer genuanceerd. Decathlon CMA CGM (Paul Seixas) had geen renner vooraan geposteerd, waardoor teams als UAE Team Emirates en Decathlon de verantwoordelijkheid moesten dragen, maar de voorsprong liep snel op: na de Côte de Saint‑Roch, met nog ongeveer 175 km te gaan, bedroeg het verschil al circa vier minuten.
Verslaggever Renaat Schotte vroeg zich hardop af of Pogacar’s positie achterin of de vroege valpartij de aanleiding was: "In de eerste kilometers zat Pogacar in de staart van het peloton. Heeft dat gewerkt als een rode lap op een stier?" Analist Jan Bakelants merkte verbaasd op: "Iedereen was dan blijkbaar nog aan het slapen?" Hij vermoedde dat ploegmaten de situatie onderschatten, waardoor de grote groep te veel ruimte kreeg. José De Cauwer benadrukte dat de koers nog niet beslist is, noemde Evenepoel in een uitgelezen positie maar zou zelf nooit zo vroeg meetrekken en illustreerde taktisch: "Als ploegleider van Evenepoel zou ik altijd gezegd hebben tegen Pogacar en Seixas: 'We zitten mee, maar we rijden niet.'"
Kortom: een zeldzaam vroeg kantelmoment in LBL zette de race op zijn kop en liet teams en analisten zoeken naar verklaringen en de vraag of het peloton deze verrassende kloof nog kan dichten.