In het spoor van jonge Belgische talenten tijdens klimtest in Ardennen: "Dit is een absolute topper in wording"

vrijdag, 24 april 2026 (06:34) - Sporza.be

In dit artikel:

Belgian Cycling organiseerde opnieuw zijn traditionele klimtesten in de Ardennen, ditmaal op de Côte de Wanne en de Côte de Brume, waar zo’n veertig junioren (15–17 jaar) werden getest. Het doel van de dag: jonge klimmers meten en classificeren met twee complementaire proeven — een explosieve "1 minuut-test" over 430 meter en een langere inspanning van ongeveer 2,5 kilometer — zodat trainers en bondscoaches zicht krijgen op wie uitblinkt op korte punchs of op duurklimmen.

Onder leiding van juniors-bondscoach Angelo De Clercq en met inspanningsfysioloog Erwin Koninckx die alle waarden noteert, werden de renners één voor één afgetimed. De eerste test screent het sprint- en punchvermogen; tijden onder de minuut duiden op een explosieve renner met een sterk eindschot. De langere klim testte het vermogen om inspanning goed in te delen en geeft inzicht in wie het aankan op langere cols. Elke prestatie wordt systematisch vastgelegd in een databank die generaties met elkaar kan vergelijken; Koninckx noemt voorbeelden van eerdere deelnemers die later topspelers werden, zoals Remco Evenepoel, Tim Wellens, Maxim Van Gils en Jarno Widar.

Opvallend thema: de hedendaagse jeugd rijdt duidelijk sneller dan vroeger. Serge Pauwels, bondscoach van de profs en een initiatiefnemer van het project, merkt dat de huidige junioren op zulke explosieve tests vaak beter presteren dan profs van tien jaar terug. De verklaring ligt deels bij betere monitoring en meer beschikbare trainingsdata: via platforms als TrainingPeaks kan de federatie veel eerder en gedetailleerder volgen hoeveel en hoe de jongeren trainen. Die transparantie vergroot de voorspellende kracht van scouting, maar duwt ook verwachtingen en professionalisering naar een jongere leeftijd — renners moeten sneller “miniprof” worden en verdienen daarom ook mentale begeleiding.

Praktisch werkt het systeem zo: tijden worden naar omstandigheden gecorrigeerd (windinvloed), renners en fietsen worden gewogen, en de resultaten leiden tot individuele rapporten die digitaal worden verstuurd. De beste klimmers krijgen uitnodigingen, bijvoorbeeld voor een klimstage in de Vogezen, en wie uit kleinere regionale ploegen komt kan dankzij dit platform alsnog in beeld komen bij nationale selecties. De organisatoren benadrukken dat het project niet alleen de reeds gescouten talenten meet, maar ook verborgen klimmers kan blootleggen — jonge renners die op vlakke Vlaamse rondjes weinig kansen hebben om zich te tonen, kunnen hier opvallen door sterke waarden.

De testdag leverde zowel bevestigingen als verrassingen op. Eerstejaarsjunior Vic De Smet werd door De Clercq en Pauwels als bijzonder talent bestempeld: een rijpere motor dan zijn leeftijd en iemand met potentieel om op termijn grote overwinningen te boeken, mits de juiste stappen. Andere naamgevers zoals Paul Seixas en Seff Van Kerckhove werden als voorbeelden genoemd van snelle ontwikkeling en van hoe eerdere tests soms voorspellen wie snel kan doorbreken. Tegelijk waarschuwen de coaches voor voorzichtigheid: beloftes zijn nuttig, maar begeleiding en fasegewijze ontwikkeling blijven nodig.

De testdag leverde ook anekdotes op — van een renner die ooit een bocht afsneed tot een valpartij tegen een motor in een blinde bocht — en maakte duidelijk dat het evenement groeit in publieke belangstelling; ouders staan langs de kant en de sfeer lijkt steeds meer op die van een echte koers. De Clercq benadrukt dat de testen bedoeld zijn als meetmoment, niet als eindbestemming: slechte tijden vandaag zijn geen veroordeling, verbetering is mogelijk met gerichte training. Voor de deelnemers volgen de gebruikelijke opvolging: data-analyses, feedback van trainers en vervolgens het gewone wedstrijdleven waarin ze hun kwaliteiten proberen om te zetten in resultaten.

Kort samengevat: de klimtesten in de Ardennen fungeren als een wetenschappelijk onderbouwde talentencheck voor Belgische jeugdrenners — ze verzamelen objectieve data, vergelijken generaties en geven jonge fietsers van verschillende achtergrond een kans om op te vallen, terwijl ze ook de vraagstukken rond vroege professionalisering en mentale begeleiding blootleggen.