Karl en José analyseren deze Ronde door de ogen van de favorieten: "Had hij moeten pokeren?"

maandag, 6 april 2026 (07:03) - Sporza.be

In dit artikel:

Commentatoren Karl en José omschreven de 110e Ronde van Vlaanderen als een wedstrijd op topniveau waarin de wet van de sterkste besliste: Tadej Pogacar bleek ongenaakbaar. Op de beslissende kasseiklommen — vooral de Oude Kwaremont en de Paterberg — zette Pogacar herhaalde, korte versnellingen waarmee hij telkens het initiatief nam en rivalen op afstand hield. Die tactiek gaf niet alleen tijdsvoordeel, maar ook een mentale tik aan de achtervolgers.

Remco Evenepoel maakte zijn debuut in de Ronde en reed de hele dag alert; met een sterke ploeg rond zich haalde hij het podium, maar bleek net niet krachtig genoeg op de kasseiklimmen om Pogacar bij te benen. Mathieu van der Poel eindigde als tweede, terwijl Wout van Aert, die het vooral solo moest klaren, als vierde binnenkwam — net tekort op de tweede passage van de Oude Kwaremont. Volgens de commentators speelde ook het kampenjasonen- en eergevoel van renners een rol in de keuzen om al dan niet in de wielen te blijven; doorgaans zijn toppers geneigd mee te rijden in plaats van te gokken op andere tactieken.

Karl en José concludeerden dat er weinig alternatieve scenario’s waren om Pogacar te verslaan: zelfs als men op Evenepoel zou hebben gewacht, had Pogacar op de korte momenten van kracht waarschijnlijk opnieuw kunnen toeslaan. De wedstrijd kreeg van hen het predicaat “vijfsterren”: een topeditie waarin de favoriet won en het podium een uitzonderlijke verzameling kampioenen vormde — Pogacar (viermaal Tourwinnaar), Van der Poel (meervoudig veldritkampioen) en Evenepoel (meervoudig tijdrijdkampioen).