Karl en José verwachten geen eindeloze solo in Strade Bianche en prikkelen Wout van Aert: "Waarom geen Spaanse winter?"
In dit artikel:
Karl Vannieuwkerke en José De Cauwer verkenden vrijdag in Toscane ongeveer 120 kilometer van het Strade Bianche‑parcours en gaven in Sporza Daily hun verwachtingen voor de klassieker. Ze rekenen op normale, zonnige omstandigheden waarbij de wind nauwelijks bepalend zal zijn; het terrein zelf is al selectief genoeg door het constante klimmen en dalen en de vele onverharde stroken (sterrati).
Beide analisten benadrukken dat de gravelzones én de aanloopstroken ertussen cruciaal zijn: daar worden vaak verschuivingen gemaakt en moet je vroeg durven aanzetten als je wil wegrijden voor een vlucht die ver draagt. Ploegmakkers kunnen vooral vóór en na die stroken nog een rol spelen; op het gravel geldt wie vooraan is, die rijdt meestal ook mee.
Tadej Pogacar blijft volgens hen de grote favoriet, maar niet onaanraakbaar. Ze wijzen op de verrassing van de jongere generatie, in het bijzonder de 19‑jarige Fransman Paul Seixas, die recent indruk maakte in de Ardèche en deze winter duidelijk stappen zette. Vannieuwkerke vermoedt dat Pogacar Seixas niet zomaar op 80 km van de finish afschudt zoals hij dat vaak bij veel renners doet, al blijft Pogacar wel de te kloppen naam.
Over Wout van Aert zijn ze voorzichtiger: zijn naam hoort bij de favorietenlijst, maar zijn huidig wedstrijdbeeld roept vragen op. Na wisselende prestaties (GP Samyn bood volgens hen geen betrouwbare maatstaf) kiezen ze voor een afwachtende aanpak: een goede koers en een degelijk eindresultaat zijn op dit moment waardevol, met het oog op Tirreno‑Adriatico waarin hij zich verder kan aanscherpen. Ze bespreken ook of een winterverblijf in Spanje — meer warmte en continuïteit in training — hem zou kunnen helpen terug naar topvorm te groeien; dat zou nuttig zijn, maar volgens De Cauwer had het dan al eerder moeten starten.
Kort: een harde, selectieve Strade Bianche zonder extreme weersinvloeden, Pogacar favoriet maar met verrassende jonge challengers, en Van Aert een naam om in het oog te houden maar met onzekere vorm.