Kersvers bondscoach Theo Bos hoopt sprintcultuur te creëren in België: "Voorbeelden werken versterkend"
In dit artikel:
Theo Bos is enkele weken geleden aangesteld als sprintbondscoach van Belgian Cycling en ziet genoeg ingrediënten om het Belgische baansprinten weer op de wereldkaart te zetten. De oud‑wereldkampioen sprint en eerdere bondscoach van China ontdekte tijdens trainingsbezoeken een jonge, sterke lichting en goede faciliteiten; nu wil hij vooral organisatie en structuur aanbrengen om die potentie om te zetten in resultaten.
Historische context: België kende in recente decennia weinig sprintsucces, op een uitschieter na (Nicky Degrendele werd in 2018 wereldkampioene keirin). Bos verwijst naar namen als Patrick Sercu en Scherens als voorbeelden van gloriejaren en wil die traditie doen herleven door een echte sprintcultuur op te bouwen. Volgens hem ontstaat die cultuur door consistentie: dagelijkse groeps‑trainingen, duidelijke trainingsplannen, en het aantrekken van betrokken staf zoals krachtspecialisten, mecaniciens en verzorgers.
Bos benadrukt dat sprinten een duidelijke specialisatie is. Waar vroeger wegtraining vaak de basis vormde, vraagt moderne sprinttop vorming van explosieve krachtsporters op de fiets; de nadruk ligt op krachttraining (Bos noemde bijvoorbeeld zwaardere squats als essentieel). Daardoor is combineren met wegwedstrijden voor veel pure sprinters praktisch onmogelijk, wat gedeeltelijk verklaart waarom talent eerder de weg kiest in België, waar wegrijden nog altijd domineert.
Op organisatorisch vlak neemt Bos de sprinttaken over van Jonathan Mitchell; Tim Carswell blijft verantwoordelijk voor de afstandsdiciplines. Bos wil fungeren als ambassadeur en zijn enthousiasme overbrengen op atleten en staf. Zijn aanpak: niet te veel focussen op korte termijn, maar wel werken met concrete stappen en wedstrijden om progressie te meten.
Wat betreft doelen noemt Bos LA 2028 als haalbare uitdaging, maar hij ziet Brisbane 2032 als realistischer voor topplijsten op Olympisch niveau. Concreet mikt hij op een top‑10 op het wereldkampioenschap voor de mannenploeg — dichtbij de top‑8 die zich voor de Olympische ranking zou plaatsen. Voor individuele rensters zoals Nicky Degrendele is de route lastiger: het WK in oktober (China) telt mee voor de olympische ranking, dus Degrendele moet via het komende EK punten verzamelen om zich in de buurt van de vereiste wereldranking (rond plek 30–35) te brengen. Bos is optimistisch over haar comeback na het moederschap: "Als ze deze trainingsweek nog 39 keer kan herhalen, zit er veel in."
Samengevat: met Bos als drijvende kracht en een jongere generatie sprinters denkt België de wapens te hebben om stap voor stap een moderne sprintcultuur op te bouwen en op termijn weer mee te doen om podiumplaatsen op wereld- en olympisch niveau.