LIVESTREAM Parijs-Roubaix: Wout van Aert en Tadej Pogacar zijn de overlevers van de chaos in sterke zeskoppige groep
In dit artikel:
De Hel van het Noorden barstte zondag los in Compiègne: Parijs‑Roubaix (123e editie) blijft een slijtageslag op kasseien en machines, met vroegtijdige versnellingen, massale materiaalpech en grote namen die voortdurend schuiven tussen kopgroep en achtervolging. VRT/Sporza zond live, met beelden rond 13 uur en commentaar van Maarten Vangramberen.
Vroege ontsnappingen werden snel ingerekend; het peloton hield tot aan de kasseistroken veel controle op de positie. Het parcours bevatte 30 sektoren, met onder meer de klassieke knooppunten Trouée d’Arenberg, het Bos van Wallers en Carrefour de l’Arbre (meerdere vijfsterrenzones) — droge omstandigheden zorgden voor veel stof en extra nervositeit.
Mathieu van der Poel probeerde meerdere keren te forceren en trok vroeg aan de ketting (onder meer een aanval op 103 km), maar zijn koers werd zwaar verstoord door herhaalde lekke banden. Een dramatisch moment: na een fietswissel met ploegmakker Jasper Philipsen paste Van der Poel niet meteen in de pedalen, verloor veel tijd, moest zelfs een stukje lopen door het Bos van Wallers en raakte tot meer dan twee minuten achterstand. Zijn ploeggenoten Philipsen en Del Grosso hielpen hem na de pech.
Tadej Pogacar (UAE) was een van de protagonisten: hij zat continu in de voorste regionen, bouwde herhaaldelijk de achtervolging op en kreeg steun van ploegmaten zoals Politt en Bjerg. Ook hij kreeg materiaalproblemen: een lekke band en een wissel naar een Shimano‑fiets waarmee hij opnieuw moest opstarten, terwijl de ploegwagen problemen gaf — dat zorgde voor chaotische seconden achter de volgwagens en een tijdelijke terugval naar het tweede peloton.
Wout van Aert werd meerdere keren prominent voorin gezien en nam de kop in cruciale stroken; Visma‑Lease a Bike en Alpecin‑Premier Tech lieten doorschakelen om de koers te controleren. Door de wisselende aanvallen en vele lekrijden splitste het deelnemersveld herhaaldelijk. Kortstondig ontstond een kopgroep van negen renners: Pogacar, Mads Pedersen, Van Aert, Christophe Laporte, Stefan Bissegger, Filippo Ganna, Jasper Stuyven, Laurence Pithie en Jordi Meeus. Die groep leidde de race, terwijl achtervolgers — onder wie Van der Poel na herstelpogingen — probeerden terug te komen.
Mechanische pech was overal: grote namen als Filippo Ganna, Mads Pedersen, Yves Lampaert, Kasper Asgreen en anderen kregen lekke banden of zagen ploegmaten in het gras verdwijnen. Verkeerd geplaatste volgwagens en abrupt stoppen van ondersteunende auto’s (onder meer bij de Shimano‑hulp) creëerden gevaarlijke situaties en extra verstoring. De jonge Nieuw‑Zeelandse Laurence Pithie maakte indruk met aanvallen en sterk kasseiwerk, maar moest ook meerdere keren om bandenproblemen heen werken.
Tactisch vochten teams constant om wie voorin bleef voor de sleutelzones (onder andere de lange viersterrenzones van Quiévy–Fontaine au Tertre en Hornaing–Wandignies). UAE hield vaak het tempo hoog om te verhinderen dat te veel renners terugkeerden; Visma en Alpecin speelden eveneens een grote rol in de kopgroepopbouw.
Kort samengevat: de koers werd tot nu toe gedomineerd door agressieve positionering en massale materiaalpech. Een selecte kopgroep met toppers houdt de leiding, terwijl Pogacar en Van Aert als belangrijkste bedreigingen verschijnen en Van der Poel door pech grote tijd verloor. De definitieve beslissing moest nog vallen in de laatste kasseisectoren en de sprint naar Roubaix‑velodroom.