Na de dubbele opdoffer voor Belgische clubs: hoe kunnen Aalst en Maaseik alsnog voor ommekeer zorgen in Europa?
In dit artikel:
Aalst en Maaseik kenden woensdag geen succes in Europa: Aalst verloor thuis van Milano in de heenwedstrijd van de finale van de Challenge Cup (0-3 of 1-3 afhankelijk van setstanden genoemd), terwijl Maaseik in eigen huis tegen Lüneburg de voorsprong uit de eerste set niet vasthield. Beide Belgische ploegen staan voor een lastige retourmatch volgende week donderdag en moeten volgens oud-bondscoach en analist Dominique Baeyens zowel tactisch als mentaal bijsturen.
Baeyens stelt dat Aalst vooral te veel onderdoet voor Milano op fysiek vlak, in ontvangst, aan de servicelijn en aanvallend. De Japans hoekspeler Tatsunori Otsuka was een constante bedreiging; Baeyens raadt aan de serviceverdeling te veranderen om de opbouw van Milano te verstoren en minder voorspelbaar te spelen. Snelle combinaties door het midden (met Wortelboer) brachten af en toe gevaar, maar Milano bleef de hele partij geconcentreerd; het niveauverschil maakt een ommekeer moeilijk en Aalst zal ook op een mindere dag van de Italianen moeten rekenen.
Bij Maaseik was de context iets gunstiger: de partij begon met duidelijke dominantie van de Limburgers, maar coachwissels — waaronder het brengen van een 18-jarige hoofdaanvaller — en een inzakkende receptie (soms slechts ~40% goede pass) keerden het tij. Door die receptieproblemen verloor de passer-setter ritme en verviel het middenblok als troef, waardoor teveel druk op Meijs en Rempel kwam te liggen. Maaseik moet vooral kleine aanpassingen doen en herstellen van mentale en fysieke moeheid na een zwaar seizoen en recente vijfsetter; kort herbronnen kan al veel opleveren.
Kort: Maaseik heeft volgens Baeyens een reëlere kans op een mirakel in de terugwedstrijd dan Aalst, dat ingrijpender moet veranderen en bovendien afhankelijk is van een off-day van de topmannen van Milano.