Na de IOC-beslissing over transvrouwen in topsport: "Geen perfecte oplossing, maar wel de best mogelijke"
In dit artikel:
Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) besloot donderdag dat transvrouwen en bepaalde intersekse atleten niet toegelaten worden tot de elitesport, waaronder de Olympische Spelen. Sporza-journalist David Naert lichtte op Terzake toe dat die stap niet onverwacht kwam: IOC-voorzitter Kirsty Coventry had tijdens haar campagne al duidelijk gemaakt dat het behoud van de "integriteit van de vrouwensport" voor haar leidend is. Met de nieuwe richtlijn raakt het besluit twee groepen: transvrouwen (mensen die van man naar vrouw zijn overgestapt) en intersekse personen bij wie kenmerken van een mannelijke puberteit zijn vastgesteld, waarvan het IOC meent dat die een sportvoordeel kunnen opleveren.
Hoeveel atleten precies door het verbod worden geraakt, is lastig te zeggen. Bekende voorbeelden uit het verleden zijn gewichthefster Laurel Hubbard (Nieuw-Zeeland), 800m-loopster Caster Semenya en bokser Imane Khelif. Een berekening van The Guardian, beperkt tot atletiek en grote kampioenschappen, bracht uit dat sinds 2000 ongeveer 50 à 60 finalistes een mannelijke puberteit hebben doorgemaakt — voor één sport een noemenswaardig aantal, aldus Naert. Hij benadrukt dat het IOC met deze stap wil stoppen met de versnipperde aanpak van individuele federaties en eenduidigheid nastreeft. Naert erkent dat topsport per definitie exclusief is en noemt de maatregel een begrijpelijke, al niet perfecte, oplossing.
De Vlaamse belangenorganisatie Çavaria reageerde kritisch en betreurt dat de aandacht vooral op transvrouwen gericht is. Volgens hen dient het verbod deels als afleidingsmanouvre en sluit het aan bij een internationale beweging die de erkenning van transpersonen ondermijnt. Çavaria betoogt dat er onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing is voor uitsluiting; overzichtsstudies tonen in sommige gevallen geen significante verschillen in fysieke fitheid tussen trans- en cisgenderatleten. In plaats van uitsluiting pleiten zij ervoor dat het IOC actief zoekt naar manieren om transpersonen volwaardig te laten deelnemen, wat volgens hen meer in lijn zou zijn met de olympische idealen.
Kortom: het IOC heeft gekozen voor striktere toelatingsregels in elitesport om vermeende oneerlijkheid tegen te gaan en uniformiteit te creëren, maar die keuze leidt tot felle kritiek over wetenschappelijke grondslag en de sociale gevolgen voor trans- en intersekse sporters.