Niemand op de foto: Tim Merlier gooit iedereen los met machtig eindschot en wint Ronde van Limburg
In dit artikel:
Tim Merlier heeft zijn sterke voorjaar bevestigd met de zege in de Ronde van Limburg: de Soudal-QuickStep-sprinter was op de lastige aankomststrook in Tongeren-Borgloon simpelweg onhoudbaar en finishte ruim voor Fernando Gaviria en de verrassing van de dag, Floris Van Tricht (opleidingsploeg NSN), die als derde eindigde.
De koers tussen Hasselt en Tongeren bood het klassieke Limburgse recept: korte heuveltjes en meerdere kasseistroken (onder meer Keiberg, Kolmontberg, Zammelenberg, Manshoven en Op de Kriezel) en drie plaatselijke ronden rond Tongeren. Vroeg in de wedstrijd slaagde een kopgroep van drie met Albert Withen Philipsen (Lidl-Trek), Jelle Vermoote (Tarteletto-Isorex) en de 18‑jarige Mikita Babovitsj (Bahrain Victorious) erin een voorsprong uit te bouwen. Met rondes op het parcours groeide dat gat tot ruim anderhalve minuut, maar het peloton trok later opnieuw samen nadat sterke ploegen het initiatief namen om de vlucht te neutraliseren.
De wedstrijd werd gekenmerkt door herhaalde pechgevallen en lekke banden: namen als Sam Bennett, Milan Menten, David Dekker en Tom Crabbe kregen te maken met valpartijen of materiaalpech, wat de nervositeit verhoogde. Teams als Lidl-Trek, Lotto‑Intermarché en Jayco‑AlUla probeerden verschillende keren het peloton op scherp te zetten, maar echte selecties mislukten grotendeels door milde wind en het samenspel van ploegentruppen.
In de finale hield Merlier dankzij een goede voorbereiding van ploegmaten—onder meer Bert Van Lerberghe als lead‑out—een lange, sterke sprint aan en legde zo twee fietslengtes tussen zichzelf en de rest. Gaviria pakte het zilver; Van Tricht leverde een knappe prestatie door het podium te bemachtigen.
De overwinning is extra betekenisvol voor Merlier: na een knieblessure die hem veel van het voorjaar kostte, begon hij deze ronde als kopman van Soudal‑QuickStep en bevestigt hij met deze zege en zijn eerdere succes in de Scheldeprijs dat hij zijn topvorm terugvindt. Verder was er in de wedstrijd aandacht voor jong talent zoals Philipsen (voormalig juniorwereldkampioen tijdrijden) en Babovitsj, die zijn eerste wedstrijd voor de A‑ploeg reed en indruk maakte in de vroege vlucht. De gemiddelde snelheid lag hoog (circa 45 km/u), wat de koers tot een snelle, technische eendaagse maakte en de laatste kans voor pure sprinters in dit voorjaarsblok onderstreepte.