Nu 'kleine Belgen' tegenover Italiaanse volleybalreus staan: hoe straf is de Challenge Cup-finaleplaats van Aalst?
In dit artikel:
Lindemans Aalst opent vanavond thuis tegen Milano de finale van de CEV Challenge Cup, de derde Europese clubcompetitie achter Champions League en CEV Cup (vergelijkbaar met de Conference League in het voetbal). Dat de Oost-Vlamingen zo ver kwamen is opvallend: nationaal misten ze de top 4 en de BeNe Conference, maar internationaal maakten ze een lange reis langs Bakoe (Azerbeidzjan), Tartu (Estland), PAOK (Griekenland) en Bratislava (Slowakije). Vooral kwart- en halve finales waren nipte affaires, met wisselende hoogtes en dieptepunten.
Analist Geert Heremans plaatst deze prestatie in perspectief: het bereiken van deze finale is redelijk uniek en vergelijkbaar met Club Brugge dat ooit de halve finale van de Conference League haalde. Aalst profiteerde bovendien van een gunstige loting: Milano kreeg het in de kwartfinales met Czestochowa te verduren, waardoor er minder absolute topclubs overbleven uit Italië en Polen. Toch zitten er in de Challenge Cup doorgaans sterke teams uit landen als Polen, Italië, Griekenland en Turkije.
Het financiële verschil tussen de clubs onderstreept het David‑tegen‑Goliath‑karakter: Aalst draait op een jaarlijks budget van ongeveer €800.000, terwijl Milano ruim boven de €2 miljoen schattingen zit. Bovendien heeft Milano spelers als Ferre Reggers, een van de beste hoofdaanvallers ter wereld. Heremans verwacht een sterke thuismatch van Aalst, maar voorziet dat de Italianen in de return in Milaan waarschijnlijk de rekening zullen presenteren — al sluit hij een dubbele verrassing niet uit.