NU+ | Na jaren van pijn kreeg Oranjespits Snoeijs pas diagnose endometriose
In dit artikel:
Tijdens een uitwedstrijd tegen West Ham zakte Katja Snoeijs ineen van hevige buikpijn en moest ze in de rust worden gewisseld — een keerpunt dat haar deed besluiten niet langer door te blijven spelen met onverklaarbare klachten. De spits van Everton en Oranje-international leed al jaren aan zulke pijnklachten dat ze haar club- en interlandcarrière beletten; pas recent kreeg ze de oorzaak te horen: endometriose.
Snoeijs vertelt dat ze als tiener en later door huisartsen vaak alleen de anticonceptiepil kreeg voorgeschreven, waardoor de symptomen werden onderdrukt maar nooit verdwenen. Na haar transfer in 2022 van Bordeaux naar Everton stopte ze met de pil en verslechterde de pijn, met momenten waarop ze trainingen bij Oranje moest staken en periodes waarin ze dagen naar bed was gekluisterd. Wachtlijsten in Engeland vertraagden verdere hulp, waarna ze uiteindelijk op eigen initiatief privé naar een gynaecoloog ging; die stelde endometriose vast en adviseerde zo snel mogelijk een kijkoperatie.
Begin maart onderging Snoeijs de ingreep. Tijdens de laparoscopie werd iets meer ziekteweefsel gevonden dan verwacht, maar het merendeel kon worden weggebrand. De hersteltijd verliep voorspoedig: enkele weken later viel ze alweer in tijdens de stadsderby tegen Liverpool en voelde ze zich voor het eerst in lange tijd weer als voetballer zonder constante pijn. Endometriose is niet te genezen, maar behandeling kan de klachten verminderen; Snoeijs hoopt dat haar operatie haar langdurig speelplezier teruggeeft.
Snoeijs gebruikt haar persoonlijke ervaring om aandacht te vragen voor endometriose: in Nederland krijgt ongeveer één op de tien vruchtbare vrouwen ermee te maken, maar door gebrek aan kennis duurt het gemiddeld zo’n zeven jaar voordat de juiste diagnose wordt gesteld (in Engeland gemiddeld acht jaar). De aandoening kan bij elke menstruatie heftige pijn veroorzaken, ontstekingen geven en bij sommige vrouwen leiden tot vruchtbaarheidsproblemen. Snoeijs benadrukt dat erkenning van de klacht al veel hielp en hoopt dat meer openheid leidt tot meer onderzoek, betere herkenning en uiteindelijk naar betere behandelopties — idealiter zelfs een genezing.