Ook Donald Trump vindt 1.000 dollar voor een WK-ticket wat veel: "Dat geef ik er niet aan"
In dit artikel:
President Donald Trump uitte in een gesprek met de New York Post zijn verbazing over de torenhoge kaartprijzen voor het WK dat in de Verenigde Staten plaatsvindt. De openingswedstrijd van de VS tegen Paraguay op 12 juni in Inglewood (Los Angeles) heeft officiële instapprijzen rond 1.940 dollar (ongeveer €1.650); op de doorverkoop dalen sommige tickets tot circa 1.150 dollar (€980). "Ik wist niet dat het zo duur was," zei Trump, en hij voegde eraan toe dat hij die bedragen zelf niet wil betalen maar wel graag aanwezig zou zijn.
De president stelde voor dat zijn regering mogelijk naar de prijzen moet kijken, uit bezorgdheid dat kiezers en supporters de duurdere kaarten niet kunnen veroorloven. Tegelijkertijd voorspelde hij dat het toernooi een groot succes wordt: er zouden al vijf miljoen tickets zijn verkocht en hij verwacht dat het WK records zal breken. De opmerking legt een spanningsveld bloot tussen commerciële ticketprijzen, secundaire markt en politieke aandacht voor toegankelijkheid van grote sportevenementen.