Oud-topschaatsster Ireen Wüst heeft moeite met veelbesproken onderdeel: 'Dat weten ze vaak al'
In dit artikel:
Bij de NK afstanden in Thialf stonden niet alleen nationale titels op het spel, maar ook startbewijzen voor de eerste World Cups van het seizoen. De massastart — die in het schaatswereldje een aparte plek heeft — veroorzaakte achteraf discussie omdat de plaatsing niet via de uitslag op het ijs verloopt maar door de bondscoach wordt aangewezen. Rintje Ritsma mag twee rijders kiezen; afgelopen jaar waren dat veelal Bart Hoolwerf en Jorrit Bergsma.
Ex-topschaatsster en NOS-analist Ireen Wüst zei vooraf al openlijk dat de massastart "niet mijn favoriete onderdeel" is en uitte haar zorgen dat plekken vaak vooraf vastliggen. Mark Tuitert, eveneens analist, waardeert het kijkplezier van de massastart, maar noemt het vreemd dat langebaanschaatsers keihard strijden op individuele afstanden terwijl anderen al weten dat ze aangewezen worden. Dat speelde zichtbaar toen Hoolwerf in Thialf werd verslagen door teamgenoot Jorian ten Cate; voor de selectie lijkt die uitslag geen consequenties te hebben.
Beide oud-topschaatsers zien de spanning tussen rechtvaardige kwalificatie en pragmatische bondskeuzes: enerzijds moet iedereen "met het mes tussen de tanden" presteren om een kans te maken, anderzijds dwingt een rijderspalmares (zoals Hoolwerfs World Cup-zege) de coachkeuze af. Ze vinden het ongemakkelijk maar erkennen dat er op korte termijn weinig alternatieven zijn.
Ook de internationale schaatsunie ISU bekritiseert de massastart vanwege het gebrek aan spektakel en testte een afvalracevariant, die in Nederland echter veel weerstand opriep. De discussie draait uiteindelijk om geloofwaardigheid van de kwalificatie versus het benutten van rijders met bewezen resultaten om internationale successen te maximaliseren.