Pogacar opnieuw prijzengeldkoning, maar grootste cheque was voor Van Aert: deze renners (met verrassing) verdienden het meeste in het voorjaar
In dit artikel:
Het wielervoorjaar leverde niet alleen prestige op, maar ook flink wat prijzengeld — en uit onze optelsom blijkt wie er financieel het meeste van profiteerde. Tadej Pogacar staat bovenaan met €99.000 uit de voorjaarsklassiekers, iets minder dan zijn recordjaar (€107.205) toen hij twee races extra reed. Zijn grootste individuele buit was de tweede plaats in Parijs‑Roubaix (€22.000), al moet ook dat bedrag met ploegmaten gedeeld worden. Relatief gezien is die premie klein naast zijn geschatte totale inkomsten van ongeveer €12 miljoen.
Mathieu van der Poel volgt als nummer twee met €72.500, vooral dankzij de zege in de E3 Saxo Classic (ook goed voor €22.000). Wout van Aert completeert het individuele podium met €45.900; hij pakte de hoofdprijs van het voorjaar met €30.000 voor zijn overwinning in Parijs‑Roubaix. Opvallend nieuwkomer Paul Seixas staat knap vierde (€34.750) na ereplaatsen in Strade Bianche, de Waalse Pijl en Luik‑Bastenaken‑Luik. Dylan Groenewegen staat zevende (€23.515) dankzij overwinningen in de Ronde van Brugge en de Bredene‑Koksijde Classic.
In de teamrangschikking voert UAE Team Emirates de lijst aan met €126.755 — grotendeels afkomstig van Pogacar — gevolgd door Alpecin‑Premier Tech (€111.770) en Visma‑Lease a Bike (€36.360). Berekeningen omvatten alle WorldTour- en ProSeries‑wedstrijden uit het klassieke voorjaar (16 koersen), maar niet extra organisatiepremies zoals speciale berg- of tussensprintbonussen. Hiermee geeft de balans een helder beeld van hoe de prijzengelden in de voorjaarsklassiekers over renners en ploegen verdeeld werden.