Schaatsicoon Ireen Wüst onthult verloren olympische titels: 'Zeker één en misschien wel twee'
In dit artikel:
Topsprinter Jenning de Boo maakte afgelopen weekend op de NK afstanden indruk door zijn rittens scherp te laten afhangen van de tegenstanders; in Thialf leverde hij zelfs een baanrecord op de 500 meter. Schaatsicoon Ireen Wüst (39), met zes olympische gouden medailles de meest succesvolle Nederlandse olympiër ooit, zegt in de schaatspodcast van de NOS dat diezelfde aanpak haar juist titels heeft gekost.
Wüst vertelt dat ze in Turijn 2006 als beginnende ster op de 1000 meter te veel naar haar Italiaanse tegenstander Chiara Simionato keek en daardoor te veel ging sturen op het resultaat van die ander. Ze was in vorm en had eerder goud op de 3000 meter gepakt, maar door zich vooral met Simionato bezig te houden eindigde ze als vierde, net buiten het podium.
Een tweede voorbeeld noemt ze tijdens de Winterspelen in Sochi, waar de rit van Jorien ter Mors haar zo beïnvloedde dat Wüst meer tijd bezig was met het vergelijken van tussen- en eindtijden dan met haar eigen raceplan. Dat gebrek aan focus, zegt ze, heeft haar zeker één en mogelijk twee olympische titels gekost.
De kern van Wüsts boodschap: in de topsport is het essentieel om op je eigen rit en taken te blijven concentreren; anders verlies je het van jezelf. De herinneringen van Wüst vormen een contrast met De Boo, die nu juist profiteerde door zijn tegenstanders als referentie te gebruiken. Voor lezers buiten de schaatswereld is dit een duidelijk voorbeeld van de taktische keuze in tijdrit-georiënteerde sporten: tegenstanders observeren kan winst opleveren, maar het kan ook afleiden van het eigen tempo en programma.