Schaatsicoon Ireen Wüst over haar gouden tip voor Kjeld Nuis: 'Een kwestie van durven'
In dit artikel:
Ireen Wüst (39), de succesvolste Nederlandse olympiër met zes olympische goudmedailles tussen 2006 en 2022, schetst hoe het langebaanschaatsen de afgelopen twintig jaar veranderde. Als tiener won ze in 2006 in Turijn al olympisch goud op de 3000 meter; sindsdien waren twee kantelpunten bepalend voor techniek en prestaties.
Een belangrijke verandering was de introductie van nieuwe schaatsbuizen: Viking's Sapphire (2016) en later de Icon-buis. Die materialen en vormgeving maakten de schaatsbeweging anders en toegankelijker, waardoor steeds meer inlineskaters succesvol overstapten — “de schaatsbeweging is eigenlijk de inlineskate-slag geworden”, aldus Wüst. Ook de grootschalige renovatie van Thialf in Heerenveen (2016) verbeterde ijsconsistentie en leidde tot harder gereden tijden; waar vroeger één befaamde ijsmeester het ijs beheerste, is nu meer gespecialiseerde bemanning actief.
Wüst noemt ook een persoonlijke technische ontwikkeling: ze ging later in haar carrière vaker met handen op de rug rijden, zelfs op kortere afstanden. Dat voorbeeld werd opgepikt door rijders als Kjeld Nuis en Noor Sander Eitrem — Eitrem zette kort voor de Spelen een wereldrecord op de 5000 m met die houding. Volgens Wüst vraagt die verandering vooral durf: het moet wel eerst in de trainingen slagen voordat je het in een WK of Olympische race durft toe te passen.