Super Bowl LX: entertainment is middelvinger naar Trump

maandag, 2 februari 2026 (12:01) - SportAmerika.nl

In dit artikel:

De Super Bowl tussen de New England Patriots en de Seattle Seahawks staat nog altijd centraal, maar voor deze editie ligt de meeste aandacht bij de artiesten rondom de wedstrijd in Santa Clara (San Francisco Bay Area). De NFL koos een line‑up die bij velen als expliciet anti‑Trump wordt gezien: halftime‑act Bad Bunny, het volkslied door Charlie Puth, America the Beautiful door Brandi Carlile en als extra act Green Day. Die samenstelling leidde tot felle politieke reacties en een debat over de grens tussen entertainment en protest.

De grootste rel ontstond rond Bad Bunny als hoofdattractie tijdens de rust. Critici in het kamp van president Trump en enkele kabinetsleden hekelen de keuze en noemen de artiest ongeschikt omdat hij volgens hen Amerika zou tegenstaan. Dat negeert dat Bad Bunny (Benito Antonio Martínez Ocasio) in Puerto Rico is geboren — een Amerikaans grondgebied — en dat hij internationaal heel populair is: vorig jaar was hij de meest gestreamde artiest op Spotify. Insiders zeggen dat de NFL vooral zijn internationale zichtbaarheid wil vergroten met een Spaans‑talige superster die in grote delen van de wereld veel volgers heeft.

Ook Bad Bunny’s eerdere politieke kritiek speelt een rol: hij heeft openlijk kritiek geuit op immigratiebeleid en ICE en weigerde naar aanleiding daarvan tijdens zijn tour in de VS op te treden. Die houding versterkt bij tegenstanders het beeld dat de halftime‑show politiek geladen is.

Brandi Carlile, die America the Beautiful zal zingen, staat bekend om haar kritiek op het Trump‑beleid en haar maatschappelijke betrokkenheid. Ze zet zich actief in voor HIV/Aids‑hulp en de LGBTQ‑gemeenschap en maakte zich de afgelopen jaren regelmatig politiek uitspreekbaar. Green Day, toegevoegd als feestelijke Californische act, is eveneens een uitgesproken tegenstander van Trump: de band pastte al vaker songteksten aan om het presidentschap en conservatieve politici aan te vallen. Dat drie van de vier acts openlijk kritisch zijn over de regering maakt de line‑up tot een duidelijk cultureel statement, al is onduidelijk of de artiesten tijdens hun optredens expliciet protest zullen voeren of dat de NFL daar vooraf afspraken over heeft gemaakt.

Charlie Puth zingt het volkslied en presenteert zich enthousiast en professioneel: hij heeft op sociale media laten weten hard te oefenen om het zo goed mogelijk te doen. Toch overschaduwt de politieke lading van de overige acts veel van die muzikale aandacht.

Het gevolg voor de politiek is meteen zichtbaar: president Trump laat de wedstrijd dit jaar aan zich voorbijgaan — hij gaf aan de artiestenkeuze ongepast te vinden en noemde San Francisco te ver — en zijn aanhangers hebben publiekelijk geoordeeld over de diversiteit en de politieke kleur van de line‑up. Voor de NFL lijkt de keuze duidelijk: internationale aantrekkingskracht en een divers palet aan artiesten wegen zwaarder dan goedkeuring uit het Witte Huis. Of het podium tijdens de Super Bowl ook daadwerkelijk een plek voor expliciet politiek protest wordt, blijft de vraag; de discussie zelf is in ieder geval al een statement geworden.