Tadej Pogacar rijdt nu ook in de Ronde van Vlaanderen de eregalerij binnen met 3e recordzege, sprookjesachtig podium in Oudenaarde
In dit artikel:
Tadej Pogacar (27) heeft voor de derde keer de Ronde van Vlaanderen gewonnen. In de 110e editie, over 278 km van Antwerpen naar Oudenaarde, dicteerde de Sloveense wereldkampioen het koersverloop en maakte op de beslissende Oude Kwaremont het verschil door Mathieu van der Poel te lossen. Pogacar reed solo Oudenaarde binnen en kroonde zich tot winnaar; Van der Poel werd tweede, debuutant Remco Evenepoel pakte het brons. Wout van Aert eindigde opnieuw net naast het podium op plek vier.
De wedstrijd speelde zich af in wisselvallig lenteweer, met natte en gladde kasseistroken die de koers extra hard maakten. Al vroeg ontstond een vlucht van dertien renners met onder meer Silvan Dillier, Victor Vercouillie en Luca Van Boven; die groep kreeg tot ruim vijf minuten voorsprong. In het peloton nam UAE Team Emirates, met Mikkel Bjerg veel op kop, de jacht op en vormde zich later een favorietengroep met Pogacar, Van der Poel, Evenepoel en Van Aert.
De finale werd beslist op het klassieke trio Oude Kwaremont–Paterberg–Koppenberg. Pogacar toonde zich op bijna alle hellingen de krachtigste renner: hij versnelde meerdere keren, trok op de Koppenberg en vond op de Oude Kwaremont zijn ultieme aanval. Van der Poel probeerde terug te komen maar verloor geleidelijk terrein; Evenepoel gaf een sterke mentale en fysieke indruk en vocht tot het einde, maar kon niet verhinderen dat Pogacar wegreed. Pogacar finishte als solo – voor het tweede jaar op rij een eenzame aankomst – en vierde zijn zege in regenboogtrui.
De overwinning heeft extra glans: Pogacar voegt zich bij de top van Ronde-recordhouders met drie zeges en is, samen met Eddy Merckx, nu de enige renner die in hetzelfde seizoen zowel Milaan-San Remo als de Ronde van Vlaanderen won. Voor Evenepoel is het podium een knappe prestatie in zijn Ronde-debuut; Van der Poel toonde veerkracht maar moest vrede nemen met zilver.
De koers kenmerkte zich verder door incidenten en pech: vroege valpartijen (onder meer Rui Oliveira), lekke banden en wissels, en een periode met buien die de kasseien verraderlijk maakte. Tactisch domineerden de grote favorieten de klassieke hellingen, waarna Pogacar op kracht en timing de koers definitief besliste.