Twee insiders duiden de (verontrustende) transfertrends van deze zomer: "Spelers zijn soms echt een speelbal"
In dit artikel:
De voorbije zomermercato legde volgens advocaat Sebastien Ledure en makelaar Stijn Francis enkele duidelijke transfertrends bloot. Vooral de Premier League verstevigde haar machtspositie: Engelse clubs gaven samen meer dan 4 miljard euro uit, meer dan de vier andere grote Europese competities samen. De enorme inkomsten uit de Engelse mediarechten – jaarlijks ongeveer 5 miljard euro – bezorgen zelfs middenmoters als Everton en Leeds meer financiële slagkracht dan topclubs uit Duitsland of Italië. De markt wordt daardoor steeds meer bepaald door een kleine groep vermogende competities en clubs.
Ledure waarschuwt dat het voetbal zo evolueert naar een elitair systeem met ‘premium’ clubs en spelers, terwijl andere competities financieel afhankelijk worden van transfers naar Engeland. De grote uitgaven vormen volgens hem mogelijk een risico, zeker omdat veel clubs eigendom zijn van Amerikaanse investeerders die op termijn rendement verwachten. Als die investeerders afhaken, kunnen schulden en financiële problemen achterblijven.
Opvallend waren ook de hoge transfersommen voor jonge Belgische spelers die nog weinig ervaring op het hoogste niveau hebben. Doelman Lucca Brughmans verhuisde na amper vijftien wedstrijden in eerste klasse voor 35 miljoen euro naar Liverpool, terwijl Jesse Bisiwu zonder een optreden voor de A-ploeg van Club Brugge 10 miljoen euro opleverde voor Barcelona. Die trend wordt deels mogelijk gemaakt door Engelse boekhoudregels, die contracten tot acht of negen jaar toestaan. Daardoor kunnen clubs transferkosten langer spreiden. Daarnaast zien investeerders jonge spelers als potentiële winstobjecten: talent kan later voor een veelvoud worden doorverkocht.
Topclubs kopen jonge spelers bovendien sneller om te vermijden dat Engelse concurrenten later een veel hogere prijs betalen. De Belgische markt blijft relatief goedkoop in vergelijking met Nederland, waar transfers van Ismael Saibari en Mika Godts respectievelijk 50 en 45 miljoen euro opleverden. De belofteploegen in de Challenger Pro League hebben de zichtbaarheid van Belgische talenten vergroot. Spelers die op jonge leeftijd al veel wedstrijden in een sterke competitie afwerken, worden daardoor aantrekkelijker voor buitenlandse topclubs.
De experts plaatsen vraagtekens bij de inspraak van spelers in transfers. In theorie beslissen zij zelf, maar volgens Francis worden akkoorden vaak boven hun hoofd gesloten en behandelen eigenaars en tussenpersonen hen als handelswaar. De situatie rond Malick Fofana illustreerde volgens hem hoe een speler mogelijk weinig invloed heeft, terwijl de transfer van Kos Karetsas naar Dortmund als uitzondering geldt: Racing Genk vroeg hem zelf tussen Dortmund en een hoger bod van AC Milan te kiezen. Ook in het buitenland bestaan nog extremere voorbeelden, waarbij spelers zonder inspraak tussen clubs of landen worden geruild.
Verder remde Saudi-Arabië zijn transferambities af. De clubs gaven ongeveer 386 miljoen euro uit, bijna de helft minder dan eerder, wat volgens Francis erop wijst dat de overheid de geldkraan deels dichtdraait. Turkije bleek daarentegen aantrekkelijk voor vedetten, onder wie Romelu Lukaku en Leandro Trossard, dankzij de combinatie van hoge lonen, levenskwaliteit en een behoorlijk sportief niveau.
Vandaag Inside: Wierd Duk over schietpartij in Overasselt: 'Nederland is gewoon een narcostaat'