"Zelfs in een waterpark heb ik nog nooit zo gegleden": de reconstructie van het dolle laatste uur van Milaan-Sanremo
In dit artikel:
Milaan–Sanremo 2026 leverde een hectische ontknoping waarin een massale valpartij vlak voor de beslissende hellingen alles op scherp zette. Op ongeveer 32 km van de streep, in de buurt van Imperia en vijf kilometer voor de voet van de Cipressa, raakte het peloton krap en nerveus op smalle, slecht wegdekken, waardoor Tadej Pogacar als eerste onderuit ging en een kettingreactie veroorzaakte. Onder anderen Wout van Aert en later ook Mathieu van der Poel werden in de schuiver betrokken.
De val ontstond doordat renners elkaar nauwelijks ruimte konden geven; paaltjes en krappe bochten maakten remmen of ontwijken gevaarlijk. Pogacar omschreef het als een situatie met “te veel mensen op te kleine ruimte” en gaf toe dat hij misschien niet volledig alert reageerde. Zijn fiets liep schade op (derailleur in crashmodus) maar fysiek kwamen de kopmannen grotendeels weg met schaafwonden en ongemak — Van der Poel had pijn aan een hand en vermoedde een beschadigde nagel.
Na de val volgde een furieuze achtervolging. Florian Vermeersch stopte om Pogacar te helpen en samen met ploeggenoten als Felix Grossschartner, Brandon McNulty en Isaac del Toro brachten ze hem terug in de race. McNulty wees op de onzekere omstandigheden — valpartijen, tegenwind en eerdere verliezen in de ploeg — maar zette zich vol in om de kopgroep te herstellen.
Op de Cipressa vormde zich een kopgroep met Pogacar, Van der Poel en Tom Pidcock; op de Poggio bleek Van der Poel niet in staat het tempo te houden en moest lossen. Pogacar en Pidcock bereikten samen de top en in de afdaling bleef de Brit afhoudend omdat Pogacar de bochten zeer snel nam. In de finale versnelde Pogacar in de sprint en pakte de zege, een overwinning die hij eerst moest laten bezinken.
Reacties na de rit benadrukten bewondering voor Pogacars vechtlust: zijn ploegmaten voelden zich betrokken bij de prestatie en Pidcock prees zijn mentale kracht. Pogacar richt zich nu op de voorjaarsklassiekers: eerst de Ronde van Vlaanderen, daarna Parijs–Roubaix. De race bevestigt opnieuw waarom Milaan–Sanremo, met zijn beslissende passages bij Imperia, Cipressa en Poggio, jaarlijks garant staat voor dramatiek en spectaculaire ontknopingen.