Zieke Fran Vanhoutte "voelde zich lam" en moest zelfs overgeven, moedige Sandrine Tas geraakte niet weg: "Onmogelijk"
In dit artikel:
Een emotionele namiddag voor de Belgische massastarters: West-Vlaamse Fran Vanhoutte werd negende ondanks flink ziek te zijn, terwijl Sandrine Tas met een alles-of-niets-aanpak strandde op de dertiende plaats.
Vanhoutte kwam al verrassend ver door naar de finale, maar dat had een prijs: ze kreeg twee dagen eerder griep, voelde zich mentaal en fysiek uitgeput en moest na haar halve finale zelfs braken. Met medicijnen en doorzettingsvermogen wist ze toch te starten en richtte ze zich op de voorlaatste sprint om punten te pakken. Die tactiek lukte: ze behaalde drie punten en eindigde daardoor als negende. Vanhoutte benadrukte dat ze bij volledige gezondheid voor een veel hogere klassering had willen gaan: "Gezond had ik voor zoveel meer willen gaan." Ze kijkt verder positief terug op haar Spelen, met als hoogtepunt de zesde plaats in de ploegenachtervolging.
Sandrine Tas ging vol risico en probeerde herhaaldelijk weg te rijden — een strategie vergelijkbaar met die van menig succesvolle aanvaller — maar kon geen beslissende solo afdwingen omdat tegenstanders telkens reageerden. "Ik stond aan de start met het idee: alles of niets voor een medaille", zei ze. De massastart was voor haar niet het hoofddoel; haar voorbereiding richtte zich vooral op de 3.000 en 5.000 meter, waardoor ze minder bochtentraining en tempowerk had gedaan en in de eindsprint tekortkwam. Ze sloot de Spelen af met drie olympische diploma's (7e op de 3.000 m, 6e ploegachtervolging, 4e op de 5.000 m) en betreurt vooral het missen van de 5.000 m-titel met een marge van drie tienden. Tas kondigt aan dat ze nu de focus verlegt naar wegwielrennen en vanaf eind april verwacht kan worden op de fiets.
Beide rensters toonden lef en veerkracht: Vanhoutte ondanks fysieke beperkingen en Tas in haar offensieve, risicovolle koerskeuze.